Placeholder Picture

Heem en Museum, Dorp 64, 2382 Poppel (gem. Ravels)

home
< Terug
Placeholder Picture

Heemkunde- en Erfgoedvereniging
Nicolaus Poppelius vzw

Poppel, volk en bodem

Dat Poppel lang voor onze jaartelling bewoond was werd uitvoerig beschreven in het hoofdstuk over de prehistorie. Slechts vanaf de 14e eeuw vinden we concrete gegevens over de evolutie van de bevolking.
A. De Brabantse haardtellingen.
De oudste gegevens over de bewoning worden ons verschaft door de haardtellingen die in het Hertogdom Brabant plaats hadden en waarvan de oudste van 1437 dateert. Men telde de rokende schouwen of schoorstenen en niet het aantal inwoners. Demografen raamden uit deze haardtellingen het inwonersaantal. Ravels, Weelde en Poppel werden globaal geteld, omdat deze dorpen onder dezelfde dingbank ressorteerden. De drie dorpen zouden samen circa 2400 inwoners geteld hebben in 1437. De tellingen van 1464, 1472 en 1480 gaven weinig opmerkelijke veranderingen te zien.
In 1487 trad Keizer Maximiliaan van Duitsland hardhandig op tegen de weerbarstige gemeentenaren, die zich van het centrale gezag gedistantieerd hadden. Hij greep in met een sterk leger Duitsers en Zwitsers en ook met horden Henegouwse en Picardische soldeniers. Terreur, verwoesting en uitwijking waren oorzaken van een gevoelige daling van de bevolking. Daarenboven zorgden besmettelijke ziektes voor een verdere achteruitgang.
In 1496 verklaarde de stadhouder Jacob Peeters Van Wijtvliet onder eed dat er 269 haardsteden waren, waaronder 76 armenhuisjes, één gasthuis, twee priesterwoningen, één huis van Postel en het huis van de Heer. Daarenboven waren er nog 24 onbewoonde huizen.
In 1526 was de toestand genormaliseerd en waren er andermaal circa 2400 zielen in de drie dorpen. Weelde zou bij benadering 1000, Poppel 800 en Ravels 600 inwoners geteld hebben. De in- en uitwijking heeft altijd bestaan en heeft de bevolkingsevolutie in enige mate beïnvloed. Men was echter in vroegere eeuwen niet erg tolerant tegenover inwijkelingen en om poorter te kunnen worden van een andere stad of een ander dorp moest men aan hoge eisen voldoen. Vooral in de 16e eeuw kende Poppel het probleem van de uitwijking en tijdens de godsdiensttwisten van 1570 tot 1590 hebben velen elders een bestaan gezocht.
B. De Cijnsboeken.
Het oudste cijnsboek van Poppel dateert van 1340 en bevat een naamlijst van diegenen die op hun bezittingen cijns betaalden aan de Hertog van Brabant. Andere cijnsboeken dateren van 1368, 1387, 1410, 1417, 1442, 1466, 1544 en 1633 en bevatten allen een schat aan namen en toponiemen.
C. Volkstellingen.
1. De volkstelling van 1754 onder het Oostenrijks bewind.
Een grote volkstelling vond plaats in 1754 in opdracht van Keizerin Maria-Theresia. Deze telling is met ernst gebeurd en daaruit bleek dat Poppel 621 inwoners had. Er waren in 1754 8 spinners, 12 spinsters, 6 wevers en 4 kleermakers zodat we mogen aannemen dat de schapenteelt een voorname plaats innam. Verder waren er 3 brouwers, 8 tappers, 2 smeden, 2 strodekkers, 1 molder, 2 schoenmakers, 1 breyer, 1 timmerman, 2 naaisters, 1 bijenhouder, 1 klompenmaker, 1 raymaker, 1 kuiper, 4 winkeliers, 3 douaneambtenaren, 2 geestelijken, 2 geestelijke Jonge Dochters, 1 schoolmeester, 1 bakker, l veldwachter en 1 secretaris.
2. De volkstelling van 1796.
Gedurende de Franse overheersing (1795-1814) grepen in ons land in bijna alle sectoren van het maatschappelijk leven grondige hervormingen plaats. De belangrijkste was wel de administratieve reorganisatie. Het rijk werd ingedeeld in departementen, kantons en municipaliteiten. Een ambtenarenhiërarchie werd uitgebouwd.
Op 10 Vendémiaire IV (2 oktober 1795) vaardigde de Nationale Conventie een wet uit over de ordehandhaving in de gemeenten. Hierdoor werd elke gemeente verplicht een lijst op te stellen van alle inwoners. Deze lijst moest de naam, leeftijd, staat of beroep van al de inwoners boven de 12 jaar met hun woonplaats, het aantal kinderen onder de 12 jaar en eventueel de datum van aankomst in de gemeente bevatten.
Niet elke gemeente volgde dit bevel trouw op. Sommige lieten zelfs meerdere jaren voorbij gaan alvorens de gevraagde telling in te leveren, en misschien is de telling op bepaalde plaatsen nooit uitgevoerd. Het is duidelijk dat men vreesde dat de telling door de bezetter zou gebruikt worden voor fiscale en militaire doeleinden. Ondanks de onvolkomenheden is de telling van het jaar IV zeer belangrijk. Het is de eerste telling die zoveel informatie bevat en die in principe dan toch voor gans het land uitgevoerd werd. Niet alleen zijn uniformiteit en de rijkdom aan gegevens zeer groot maar bovendien geeft zij de toestand weer op een cruciaal punt in de geschiedenis, namelijk op het ogenblik van de overgang van het Ancien Regime naar het nieuwe Regime. De telling biedt dan ook enorme mogelijkheden om de demografische en economische structuur van onze gewesten beter te leren kennen. Van de telling moesten twee exemplaren gemaakt worden: één bestemd voor het kanton en één voor het departement. Het departement deelde dan de globale cijfers (bij ons weten enkel bevolkingsgegevens) mede aan Parijs. Door gebrek aan degelijke medewerking heeft het vele jaren geduurd voor deze telling klaar was. Sommige gemeenten leverden pas ca 1810 een bevredigende telling zodat wel eens van de eeuwigdurende telling werd gesproken.
3. De volkstelling van 1834.
In 1834 hield de Poppelse onderpastoor een volkstelling die enkele wetenswaardigheden opleverde in verband met de samenstelling van de gezinnen en de verspreiding van die gezinnen over de woonkernen.
Overbroek: 7 gezinnen
Grote Vond: 4 gezinnen
Hulsel: 6 gezinnen
Kleine Vond: 5 gezinnen
Maarle: 18 gezinnen
Heesdijk: 1 gezin
Nieuwkerk: 2 gezinnen
Krommendijk: 10 gezinnen
Aarle: 22 gezinnen
Rechte Dijk: 7 gezinnen
Look: 9 gezinnen
Groenstraat: 14 gezinnen
Hondseind: 9 gezinnen
Overlaar: 8 gezinnen
Bedaf: 1 gezin
Hoogeind: 1 gezin
Zand: 1 gezin
Molen: 1 gezin
Trier: 6 gezinnen
Valk: 10 gezinnen
Dorp: 32 gezinnen
D. Demografische aspecten van Poppel in de 19e en 20e eeuw.
We weten dat onze voorouders de eerste 75 jaren van het onafhankelijke België een harde tijd hebben doorworsteld. Deze trend openbaarde zich ook in de bevolkingsevolutie die eerder degressief genoemd kan worden, omdat de kindersterfte één derde bereikte van het totale sterftecijfer.
Het Nationaal Instituut voor de Statistiek beschikt over jaarlijkse bevolkingscijfers vanaf 1857 (bijlage 1) en hieruit leren we o.a. dat het inwonersaantal in de 19e eeuw bijna niet wijzigde en dat vanaf 1930 de bevolking snel toenam. De statistiek in bijlage l eindigt met het jaar 1976 want vanaf 1/1/1977 werden Ravels, Weelde en Poppel samengevoegd tot de fusiegemeente Ravels. In 1996 telde Poppel 3398 inwoners. Bijlage 3 toont ons de bevolkingspiramide van Poppel anno 1970.
E. Evolutie van het bevolkingscijfer van Ravels, Weelde en Poppel van 1880 tot 1978 en gevolgtrekkingen uit de volkstelling van 1970.
Op 1 januari 1977 werden de toenmalige gemeenten Ravels, Weelde en Poppel samen met de wijk Kijkverdriet van de gemeente Oud-Turnhout, gefusioneerd tot de nieuwe grootgemeente Ravels. Dat was een belangrijke beslissing welke de administratie van drie gemeenten samensmolt tot één centrale administratie. Tevens werd door deze beslissing een belangrijke periode afgesloten waarin gedetailleerde bevolkingscijfers jaarlijks per deelgemeente werden verzameld. Hieronder volgt een kort overzicht van de periode 1880-1978. Een globale statistiek van de fusiegemeente van dezelfde periode werd opgenomen in bijlage 2 van dit hoofdstuk.
Voor de periode waarvan sprake zijn voor Ravels, Weelde en Poppel de volgende gegevens met onderscheid naar geslacht bekend: de inwijkelingen (immigraties), de uitwijkelingen (emigraties), geboorten, sterfgevallen en de totale bevolking. Met behulp van deze gegevens is het mogelijk een bescheiden bevolkingsanalyse te maken (zie grafiek in bijlage). In de grafiek vallen een paar zaken heel duidelijk op:
- Poppel is in de beschouwde periode steeds kleiner geweest dan Ravels en Weelde.
- In 1900 is de bevolking van Ravels groter geworden dan deze van Weelde.
- Poppel groeide erg snel tussen 1920 en 1940. Eind 1937 bedroeg het verschil tussen Poppel en Weelde slechts 351 inwoners.
- Ravels groeide in twee perioden snel: tussen 1900 en 1910 en later tussen 1930 en 1940.
- In de periode voor 1900 was de groei van Ravels, Weelde en Poppel erg grillig: dan eens een stijging, dan weer een daling.
Simpel door het optellen van de bevolkingscijfers van Ravels, Weelde en Poppel bekomt men het totale bevolkingscijfer van de fusiegemeente (zie tabel in bijlage). Daaruit blijkt het volgende: de grootgemeente is in de beschouwde periode niet in alle jaren gegroeid. Tussen 1880 en 1900 wisselden groei en daling zich voortdurend af. Na het jaar 1900 daalde de totale bevolking in de jaren 1918, 1920, 1945, 1960 en 1972.
Enkele gevolgtrekkingen uit de volkstelling van 1970.
Beschouwen we de deelgemeenten van Ravels, dan vinden we dat de deelgemeente Ravels het dichtsbevolkt is daar 42,6 % (4046 inwoners) van de bevolking van de fusiegemeente op haar grondgebied woont dat slechts 25% (2316 hectare) van de globale oppervlakte van de fusiegemeente bedraagt. De deelgemeente Ravels heeft een bevolkingsdichtheid van 175,6 inwoners per vierkante kilometer.
In de deelgemeente Weelde woont 33,4% van de bevolking van de fusiegemeente (3174 inwoners). Het grondgebied van de deelgemeente Weelde bedraagt 41% van de globale oppervlakte van de fusiegemeente (3723 hectare). De deelgemeente Weelde heeft een bevolkingsdichtheid van 90,68 inwoners per vierkante kilometer.
In de deelgemeente Poppel woont 24% van de bevolking van de fusiegemeente (2272 inwoners). Het grondgebied van de deelgemeente Poppel bedraagt 34% van de globale oppervlakte van de fusiegemeente (3146 hectare). De deelgemeente Poppel heeft een bevolkingsdichtheid van 77,48 inwoners per vierkante kilometer.
In Poppel woont 63% van de bevolking op 5% van het grondgebied, terwijl 37% op 95% van de oppervlakte woont. In Weelde woont 90% van de bevolking op 33% van het grondgebied, terwijl 10% op 67% van de oppervlakte woont. In Ravels woont 87% van de bevolking op 18% van het grondgebied, terwijl 13% op 82% van de oppervlakte woont. Volgens de volkstelling van 1970 woonden er in de deelgemeente Weelde 248 Nederlanders, 5 Duitsers en 1 Italiaan en woonden er in de deelgemeente Poppel 387 Nederlanders die 17% uitmaken van de Poppelse bevolking.