Placeholder Picture

Heem en Museum, Dorp 64, 2382 Poppel (gem. Ravels)

home
< Terug
Tekens en afkortingen
Placeholder Picture

Heemkunde- en Erfgoedvereniging
Nicolaus Poppelius vzw

Historisch Overzicht Weelde

Het Gildeleven.

A. Het ontstaan der gilden.
Te Weelde bestonden drie gilden: de Sint-Antoniusgilde, de Sint-Jorisgilde en de Sint-Sebastiaansgilde. Over deze laatste konden wij geen historische gegevens inwinnen, doch van de twee andere bezitten wij nog de handboeken.
De gilden hadden een ten dele godsdienstig, ten dele militair karakter, ten minste voor de 16e eeuw. Maximiliaan (1482-1519) gaf zijn goedkeuring tot het oprichten van twee schuttersgilden. Gramaye getuigt dat zij steeds deelnemen aan de processie van het H.Sacrament, ook in de woeligste tijden. Als sieraad, zo gaat hij verder, droegen zij witte roeden in hun rechter hand. Deze gilden werden gesticht door E.H.Walter Stouts, toenmalige pastoor van Weelde. Vermits in 1453 op 21 maart het altaar en het beneficie van de H.Antonius werden opgericht in de Sint-Michielskerk, kunnen wij vermoeden dat daarna de gilde is ontstaan. E.H.Stouts staat als eerste opgeschreven in de naamlijst.
De Sint-Jorisgilde stamt uit dezelfde tijd en werd eveneens goedgekeurd door Keizer Maximiliaan. Het beneficie ter ere van Sint-Joris werd gesticht op 15 januari 1524. Het was een "geestelijk-weirelijck beneficie ..." Aldus kunnen wij ook hier het verband zoeken met de gilde van Sint-Joris.

B.Organisatie.
In iedere gilde was een "hoofdman", die gewoonlijk voor het leven gekozen werd. Hij was de eigenlijke meester. Na hem kwam "de Koning". Deze werd elk jaar opnieuw gekozen. Het was een eretitel. Bij de plechtige aanstelling werd hij omhangen met de platen en medailles die de schuttersgilde had weten te veroveren. De deken van de gilde had zo wat de funktie van de faktor in de rederijkerskamers. Hij moest alles regelen betreffende de werkzaamheden en plechtigheden van de gilde. Hij had een onderdeken om hem daarbij te helpen. Verder waren er nog de klaroenblazer, de vaandrig en ten slotte de gewone leden.
De gilden hadden hun speciale klederdracht. Wij weten b.v. dat in de Sint-Antoniusgilde, waar mannen en vrouwen toegelaten werden, de mannen een hoge zijden klak en een rode halsdoek droegen en de vrouwen een strikmuts en een gele halsdoek. Jaarlijks hielden zij een groot gildefeest met feestmaal en eigen dansen. Zij luisterden van oudsher de processie op.

C. Bezigheid.
Naast het optreden in de processie, feesten en plechtigheden, verzekerden zij onderlinge hulp en ook gezelligheid bij samenkomsten. Wij bezitten nog de standregelen van de Sint-Antoniusgilde, waaruit wij echter niet veel kunnen afleiden. Daarnaast bestaat nog het oud gildeboek van deze gilde met de lijsten van de leden, rekeningen, aankopen en de gekozen hoofdmannen. Het boek gaat terug tot in de 17e eeuw. In het jaar 1669 telde deze 22 leden.
Ook van de Sint-Jorisgilde bestaat er nog een oud register uit de 18e eeuw, waarin de namen voorkomen van de eerste gildebroers. Hierin werden de rekeningen geschreven, korte verslagen over ruzies en onenigheden en vooral een lijst van diegenen die zich koning geschoten hadden. Hieruit blijkt dat dit een schuttersgilde was. De eerste koning wordt vermeld voor 1606. De lijst werd in 1717 uit een vroeger gildeboek overgeschreven. De eerste koning was Symon Havermans (1606), de tweede Jan Bartholomeus Goossens (1608), enz...In het jaar 1717 telde deze gilde 48 leden. Nicolaes de Bont was toen hoofdman, terwijl Wouter Wilborts koning was en Adriaan Serfaassen deken met Joannes Koymans als onderdeken. Ook van de Sint-Jorisgilde bezitten wij nog de statuten. Hierbij bestaat nog de "condisie van de gulde van S.Joris" uit het jaar 1825 met de verdere voorschriften die ter plaatse zijn toegevoegd aan de algemene.

D. De Sint-Jorisgilde als schuttersgilde.
In deze historiek lijkt het ons interessant even aan te knopen bij de toponymie. Op één plaats te Weelde vinden wij een aantal toponiemen, die betrekking hebben op de schuttersgilden. Wij hebben hier te doen met de vroegere "wip" van de Sint-Jorisgilde. In Weelde-Straat, ligt een akker, die nu nog de "scheutboom" heet en vlakbij heeft de Papegaaiboom gestaan. Tegenover de Doelshoeven en de doelakker ligt de straat die nu nog de Doelstraat heet. Wij stippen in onze verklaringen bij de toponiemen meer details aan.