Placeholder Picture

Heem en Museum, Dorp 64, 2382 Poppel (gem. Ravels)

Home
< Terug
Tekens en afkortingen
Placeholder Picture

Heemkunde- en Erfgoedvereniging
Nicolaus Poppelius vzw

INLEIDING TOPONYMIE POPPEL

Het duurt lang voor er in de geschiedschrijving belangstelling ontstaat voor de dorpsgeschiedenis. Het zijn de landsgeschiedenissen, in het bijzonder die van de heersende vorstenhuizen , die in het brandpunt van de belangstelling staan. De oudste overgeleverde beschrijving van Poppel is die van Gramaye die er in zijn anno 1610 verschenen "Taxandria, in qua antiquitates decora regionum" enkele regels aan wijdde. Gedurende de daaropvolgende driehonderd jaar wordt er over Poppel weinig of niets geschreven. In 1840-44 en 1870-76 publiceerden de pastoors Coppens en Schutjes geschiedenissen van het bisdom van Den Bosch, die een deel van de bisschoppelijke archieven ontsloten en waarin ook enkele bladzijden aan Poppel werden gewijd. Ze bestaan voornamelijk uit pastoorslijsten.
Rond de eeuwwisseling verschenen drie artikeltjes over Poppel in het tijdschrift Taxandria die geschreven werden door Cornelius Ruts. Hij mag beschouwd worden als de eerste Poppelse geschiedvorser maar zijn ambitieus plan om een boek over zijn geboortedorp te schrijven heeft hij echter nooit uitgevoerd.
In 1945 verschijnt onder impuls van de Poppelse onderpastoor Uydens "Poppel, Het Oorlogsboek", een bundeling opstellen van dorpsgenoten die vertellen over hun oorlogservaringen. Hierna valt het historisch onderzoek stil tot de oprichting van de Heemkundekring Nicolaus Poppelius in 1977. De publicatie "Poppel in Goede en Kwade Dagen" uitgegeven in 1979 en een aantal bijdragen in het Berichtenblad hebben bepaalde aspecten van de Poppelse geschiedenis reeds summier belicht.
Poppel Toen en Nu is een omvangrijke brok geschiedenis geworden van de dorpsgemeenschap Poppel en is het resultaat van diepgaand en langdurig onderzoek verricht in talloze archiefdepots. Het is een geschiedkundig werk en van zoiets kun je moeilijk een spannend boek maken dat je in één adem uitleest. Een dergelijk naslagwerk kan immers niet buiten een aantal opsommingen van namen, data en feiten. Toch hebben we getracht die gegevens boeiend te maken door achtergrondinformatie en door verklaring van begrippen die gewoonlijk voor niet-ingewijden te weinig worden toegelicht.
In dit werk vindt u geen voetnoten en bijna geen verwijzingen naar geraadpleegde werken. We meenden dat dit alles te storend zou werken voor een vlotte lectuur en dat het grote publiek - waarvoor het boek in de eerste plaats is geschreven - er ook niet naar verlangt. Inlichtingen over herkomst van feitenmateriaal zijn wel te vinden in deel 2.
Toen wij in 1982 ons onderzoek begonnen, konden wij niet vermoeden dat er zo'n enorme hoeveelheid archief en literatuur voorhanden was. Ons vooropgesteld doel was tweeledig: een hooggekwalificeerd standaardwerk maken over Poppel en het geheel leesbaar houden voor niet-ingewijden. Daarom werd vrij vlug na de start besloten om "Poppel Toen en Nu" in verschillende delen te laten verschijnen. Uiteindelijk werden het 4 aparte publicaties waarbij ieder deel een afzonderlijk geheel vormt.
Het eerste deel behandelt de eigenlijke geschiedenis van het Janhageldorp met o.a. aandacht voor prehistorie, wereldlijke en kerkelijke geschiedenis, onderwijs, landgoederen, molens, oorlogen, verenigingen en Nicolaus Poppelius en is overvloedig geïllustreerd (216 blz.). Deel 2 sluit daarbij aan met een uitgebreide literatuur- en bronnenlijst en 122 bijlagen (408 blz.). Het derde deel biedt een overzicht van de Poppelse bevolking in de periode 1340-1880 en is gebaseerd op cijnsboeken, volkstellingen, ledenlijsten, parochieregisters en burgerlijke stand (500 blz.). Deel 4 tenslotte bevat de Poppelse plaatsnamen en geeft een overzicht van ven-, akker-, bos- en straatnamen met hun ligging en verklaring. Dit laatste deel bestrijkt de periode 1211-1995 en is voorzien van een bewerkte stafkaart (376 blz.).
"Poppel Toen en Nu" wil een degelijk kijk- en leesboek zijn van het verleden en heden van de deelgemeente Poppel. Historisch gezien heeft deze deelgemeente een rijk verleden en bovendien mag ze bogen op een uitgebreid archief. Uniek aan deze publicatie is de omvang, de veelheid aan onderwerpen en het grote aantal onbekende bronnen dat werd geraadpleegd. Het boek is geschiedkundig van opzet, gebaseerd op voornamelijk geschreven materiaal. Het biedt gedetailleerde informatie, verrassende nieuwe inzichten en ettelijke vertrekpunten voor nader onderzoek.
Zo verdient het sociaal-economische luik en het verenigingsleven meer aandacht maar dat is stof voor een volgende publicatie. Ondertussen mag immers de recente geschiedenis niet worden verwaarloosd. Onder onze ogen verdwijnen getuigen, mensen, dingen en gebouwen, onttrokken aan onze aandacht, totdat - zoals we vandaag zien - een storm van nostalgie opsteekt. We moeten er dus bij zijn, bewaren en vastleggen en daaraan veel tijd en energie besteden. Dat moeten we ons zeer goed realiseren.
Het zou ons hier te ver voeren om alle personen en instellingen op te noemen op wie wij een welwillend beroep mochten doen. Dankbaarheid zijn wij verschuldigd aan de heer E.Houtman (Rijksarchivaris te Antwerpen), Els De Kinderen, Frans Slegers, Leo Adriaenssen (Amsterdam), Willem Paulussen, mijn zuster Annie, de verschillende archiefinstellingen, de talrijke heemkundevrienden uit de omgeving en zovele anderen die gegevens leverden of ons attent maakten op een aantal onbekende bronnen. Heel veel dank ben ik verschuldigd aan Jef Van Gils uit Hilvarenbeek die voor dit boek een boeiende bijdrage schreef over Gorp, Rovert en Nieuwkerk en mij al die jaren bleef aanmoedigen. Mijn grootste dank gaat ongetwijfeld naar mijn echtgenote May. Zonder haar steun en geduld zou dit boek nooit zijn geworden wat het nu is.
Uiteraard hopen wij dat u aan dit kijk- en leesboek veel plezier beleeft. Heel zeker is het een waardevol bezit voor de toekomst omdat het boek slechts in een zeer beperkte oplage wordt verspreid. Wij wensen iedereen veel leesgenot en wat we tenslotte hopen is dat het boek zijn weg zal vinden naar alle huisgezinnen in Poppel en naar ieder die belangstelling heeft voor de Kempische geschiedenis in het algemeen.

Poppel, november 1997

Marc Vermeeren