Placeholder Picture

Heem en Museum, Dorp 64, 2382 Poppel (gem. Ravels)

home
< Terug
Tekens en afkortingen
Placeholder Picture

Heemkunde- en Erfgoedvereniging
Nicolaus Poppelius vzw

Historisch Overzicht Weelde

Het Oostenrijks Tijdvak (1753-1794).

De regering van Maria-Theresia (1753-1780) luidt voor ons land een nieuwe periode in. Haar regering is gekenmerkt door een opbouwende politiek op velerlei gebied.

A. Juliaan de Pester, graaf van Turnhout (1768-1774).

Op de eerste werkdag na driekoningen werden jaarlijks door de zeven dienstdoende schepenen zeven andere gekozen te Turnhout. Deze legden de gewone eed af en traden dan in dienst met de oude schepenen tot Lichtmis daarop. Op die dag werden de oude schepenen van wege de Hoofdschout bedankt voor hun bewezen diensten. De hoofdschout bleef voor zijn leven in funktie. Tijdens Juliaan de Pester nu werden een nieuwe hoofdschout, nieuwe schepenen, gezworenen, burgemeesters, armmeesters en kerkmeesters aangesteld voor al de dorpen binnen het rechtsgebied van Turnhout. Turnhout was toen een van de zeven kwartieren van Antwerpen en had als onderhorige dorpen Arendonk, Poppel, Weelde, Ravels, Baarle-Hertog, Zondereigen, Beerse, Vosselaar, Merksplas, Gierle, Lille, Wechelderzande, Vlimmeren, Rumst, Boom, Wilmarsdonk, Stabroek en Oorderen - (gedeeltelijk). Deze maatregel betrof dus ook Weelde.

B. De tienden op het einde van de achttiende eeuw (1772).
De tienden leefden nog steeds voort in de achttiende eeuw, en bij verordeningen werd er steeds rekening mede gehouden. Zelfs in de laatste decennia van deze eeuw werden er bij de verkoop van de uitgestrekte braaklanden speciale maatregelen getroffen voor tiendeplichtige stukken. In de dertiende en veertiende eeuw werden zij ingewonnen door de Heren van Weelde. In de vijftiende eeuw staat de familie de Bie ze af aan Tongerlo. Deze hebben zeer lange tijd de tienden in handen gehad. Op 18 augustus 1755 werd er door Maria-Theresia de machtiging verleend aan de kerkmeesters en Heilige-Geestmeesters om de cijnsen, pachten en tienden op te halen. In 1772 ontstonden er moeilijkheden omtrent het opnemen van nieuwe tienden. Gezien de verordening van 1772 van Maria Theresia tot het ontginnen van braakgronden moest er rekening gehouden worden met twee belangrijke feiten. Eerst en vooral moesten er schikkingen getroffen worden omtrent de gronden die tiendeplichtig waren en nu verkocht werden. Ten tweede stelde zich het probleem wat er moest gedaan worden met gronden die voortkwamen uit gerooide kanten en "gevulde grachten", en die behoorden bij reeds ontgonnen tiendeplichtige stukken. Hierover werd het advies gevraagd van advokaten. Op 10 oktober 1772 verschijnt de uitslag van het onderzoek. De bevoegden ter zake maken uit dat inderdaad ook deze "nieuwe erven" tiendeplichtig zijn en onder dezelfde voorschriften vallen als de bijhorende "oude erven".

C. Hernieuwing van de grensafbakeningen (1723).
In 1723 moesten de stenen en limieten opnieuw bevestigd worden. Dit gebeurde in samenwerking van Weelde, Poppel en Baarle-Nassau: "Wij ondergeteekenden schepenen der vrijheid Weelde verklaren bij ende mits de committeeren ende te autauriseerende de heer J.B.Bols, schoutet deser vreiheid, om te gaen ende te compareeren voor ende ten huize Floris van Gils officier van Baerle-Nassau ende aan voors: heer officier uit den naem ende van onsen twegen vrindelijck te versoeken ten einde sijn edele beneffens de heeren schepene ende regenten van Baerle Nassau eene dag gelieve te stellen om met ons ondergeschreven regenten beneffens die regenten van Poppel als wesende van den selven aert ende vroente gesamenderhand te begaen en te vernieuwen onsen steen ofte limietscheidingen scheidende U Ed. jurisdictie ende den genen van onse gemeine en die van Poppel ter andere sijde door dien nog van tijd tot tijd worden gepresseert door de heren hoofd officieren van haere majesteit incomende ende uitgaende rechten ten comtoire tot Turnhout ter oirsaeke dat door de gardes van haere Majesteit onlangs groote abusen zijn voorgevallen wegens de scheidinge mits deselve seer duister sijn".
Op 1 september werden de keien opnieuw gemeenschappelijk geplaatst. Dit was belangrijk, want het gebeurde nog dat inwoners van andere dorpen turf kwamen steken en heide maaiden buiten hun grensgebied. Immers, op 12 mei 1723 was er een verordening gepubliceerd waarin uitdrukkelijk werd verboden aan buitendorpsen (buiten Poppel en Weelde) om daar in de aard turf te steken of heide te maaien. Dit alles stelde echter geen einde aan de misbruiken, want twintig jaar later verzocht het gemeentebestuur van Weelde de Raad van Brabant om de toelating voor het opmaken van een politiereglement om de misbruiken op aard en vroente te keer te gaan en de overtreders uit Turnhout en Poppel te mogen arresteren.

D. Aanvang der ontginning van braakland (1772).
Wanneer wij de kaart van Ferraris (1777) even overschouwen dan blijkt hoe uitgestrekt de braakliggende gronden toen nog waren in onze gemeente. Rond het centrum en op een vijftal gehuchten werden reeds enkele blokken zaai- en weideland aangelegd, terwijl op de Aa een strook beemden lagen. Verder lag alles nog als eigendom van de gemeente braak. Wij hebben gezien hoe die verloren gebieden het voorwerp werden van twisten, gevolg van de onbekommerde besturen. Nu echter voelde men de nood naar verdere ontginning. De bevolking groeide gestadig aan en er diende expansie gezocht op de vrij geworden hoeven. Doch het is pas wanneer de overheid zelf opmerkt hoe voordelig de ontginning zou zijn, dat men door middel van een nieuwe wet het werk zal bespoedigen. Aldus verscheen op 25 juni 1772 een "Ordonnantie", van Maria-Theresia, die voor de Kempen het probleem regelde. Zij maakte gewag van een verslag van de "Staeten van Brabant" dat luidde:
" De Staeten van onze Provincie van Brabant ons hebbende vertooght dat zich soude bevinden binnen de selve Provincie, ende naemtnlich in de Kempen, eene merckelycke quantiteyt van Heyden, Gemeyntens ende andere inculte gronden, ende dat het aen 't goedt van de gemeyne saecke oneyndelyck aengelegen is die te doen opbreken, vergunnende ten dien eynde sekere vreydammen aen die de welcke daer van de opbrekinge souden willen ondernemen, ende hun gemackelyck maeckende den middel om die te vercrygen".
Sindsdien is men te Weelde begonnen een groot gedeelte gemeentegronden te ontginnen. Wij kunnen er thans de mooie dennenbossen bewonderen die er sindsdien voortdurend zijn geplant, vooral op het Geeneinde tot aan Weelde-Statie.

E. De gemene waterlopen en de verplichtingen der bevolking.
Sommige waterlopen zijn "gemeen" en staan onder toezicht van het gemeentebestuur. Dit feit, dat nu nog bestaat, wortelt reeds in een oude traditie. In oude dokumenten komen voorschriften voor die inderdaad de overheid belasten met het onderhoud van de waterlopen en die verbieden in bepaalde rivieren (o.m. de Aa) het vlas te roten. Daarvoor bestonden er vlaskuilen (b.v. de Vlasroot). Speciale vennen en kuilen waren voorbehouden voor de kweek van vis (b.v. de Savoor, de visvennen, enz ...) Karakteristiek voor de Kempen is het menigvuldig voorkomen van "echelputten". Het zijn kuilen, waarin de typische bloedzuigertjes werden gekweekt (te Weelde in de Echelkolk). De landbouw vereiste een goede afvloeiïng van het water en ook daarvoor werden voorschriften voorzien. De landbouwers moesten de "gemene" waterlopen reinigen, ieder voor het deel dat langs zijn grondgebied vloeide. Het gemeentebestuur ging op inspektie uit. Een uitvoerig verslag van dergelijke inspektietocht vinden wij in een dokument van 30 februari 1717. Hierin worden een aantal van de nu nog bestaande waterlopen en de Aa vermeld. Daarbij staan de eigenaars der randgronden vermeld met de bepaling of zij hun plichten vervuld hebben of niet. Op 24 juli 1801 geschiedde een "schouwing" met dezelfde doeleinden.

F. Ook veeziekten in de 18e eeuw?
In het archief van Weelde bevindt zich een gezondheidsgetuigschrift van vee, door schepenen van Ravels opgemaakt voor een dier dat verkocht werd aan een Weeldenaar. Het schijnt te zinspelen op een reeds voorbije zware veeziekte in de streek. "...is door onsen experten gevisiteert ende verklaerden se gesont ende wij hebben se doen branden met de letteren R.S. ende met den noemer 80 ende wij schepenen verklaeren verder als dat se koomt uyt eenen gesonden stal en dorp daer godt lof nu sedert meer als twee jaeren geleden geene besmettelijcke siekten en heeft geregeert onder het hoorene vee oock geente inde twee ueren in de ronde ende poet passeeren de rechte baen naer Weelde ..."