Placeholder Picture

Heem en Museum, Dorp 64, 2382 Poppel (gem. Ravels)

home
< Terug
Tekens en afkortingen
Placeholder Picture

Heemkunde- en Erfgoedvereniging
Nicolaus Poppelius vzw

Historisch Overzicht WeeldeHistorisch Overzicht

De Oranjes (1648-1753).

Bij de vrede van Munster werden de Verenigde Provincies onafhankelijk verklaard. De Oranjes begonnen over ons gebied te regeren.

A. Weelde in handen van Nederlandse families
In 1649 ging Weelde over aan Emilie van Solms, weduwe van prins Frederik Hendrik van Oranje en kort daarna aan de familie De Knuyt. Een gekend lid van deze familie is Johan de Knuyt, "Ridder, Heer van oud en nieuw Vosmaer, en representeerende den eersten Edele van Zeeland", die Nederland vertegenwoordigde op het verdrag van Westfalen (1648).

B. Algemene toestand van Weelde.
Intussen waren de moeilijkheden tussen de pastoor en Tongerlo enerzijds, en de pastoor met de gemeente anderzijds veelvuldig. Wij komen hier uitvoerig op terug in ons kerkelijk overzicht. Om wille van de grote misbruiken verscheen er op 22 juli 1668 een verordening vanwege Nicolaus Mutsaert, prelaat van Tongerlo, waarbij het verboden wordt voor zonsopgang en na zonsondergang de vruchten der tienden weg te halen. Intussen wordt op 30 januari 1684 door de schepenen de vergoeding beloofd van de "vacatien" voor vrijdom van de brandschatten. Men neemt zich voor alles te zullen volbrengen. Op 18 september 1733 werd de heer Norbertus Franciscus Bols, Heer van Arendonk, ingezetene van Weelde, tot de adelstand verheven. Deze familie Bols leeft nog steeds voort te Weelde en heeft op dit ogenblik grote vertakkingen. Van de XVIIe eeuw af worden in de archiefstukken studenten aan de Universiteit te Leuven vermeld; hier volgt de lijst:
In een lijst van de Kempische studenten van de universiteit te Leuven, en aangesloten bij de Turnhoutsche studentenvereniging, komen de volgende studenten voor uit Weelde.
- 1679 Antonis Kelders
- 1692 Joannes Dens
- 1692 Cornelis Dickens
Jacobus Van Endhoven
Joannes Kelders
- 1712 Norbertus Bols
- 1716 Henricus de Roy
Joannes Baptista Dickens
- 1726 Joannes Claessens
- 1734 Jacobus Verheyen
- 1740 Antonius Verhijde
- 1749 Dominus Joannes Baptista Dielse, secretaris de Poppel et Weelde (uit Turnhout), Dominus Joannes Franciscus van Dael, pastoor te Weelde (uit Turnhout)
- 1770 Dominus Henricus Huygens
- 1776 Dominus Aegidius Vermeiren
Praktisch al deze studenten studeerden voor priester aan het "porcus".

C. Proces van Weelde en Poppel tegen Bedaf.
Omstreeks 1660 begonnen ook de inwoners van Bedaf en Baarle op de gemeentegronden van Weelde en Poppel turf te steken, heide te maaien en de kudden te laten grazen. Na herhaaldelijk vruchteloos te hebben geprotesteerd zagen Poppel en Weelde zich genoodzaakt beroep te doen op de Raad van Brabant. In 1663 begint het proces. Verschillende getuigenissen werden afgenomen en steeds klonk het protest: "...Datter veele van d'andere omliggende plaetsen uyt de Meyerye van t Shertogenbosse, Bedaff, Mierde, Baerle ende andere hun daghelycks verboorderden te commen torff stecken, plaggen, graeven ende hunne beesten pastureren op ..." In 1667 werden de inwoners van Bedaf schriftelijk verwittigd. In 1671 kwam de zaak opnieuw voor de Raad van Brabant. Deze doet nu de uitspraak en veroordeelt al de overtreders met een straf van 2 gulden en al de onkosten te betalen. Doch, even als het geval was met Hilvarenbeek, raakte dit geschil niet opgelost en duurde het proces voort tot een heel eind in de achttiende eeuw.

D. De scheiding tussen Weelde en Poppel in 1655.
Weelde en Poppel waren van ouds verenigd in de Vrijheid Weelde. In 1649 stond Filip IV, Koning van Spanje, het grondgebied van Turnhout af aan Amalia van Solms, weduwe van Frederik Hendrik, prins van Oranje. Zij was dus "vrouwe van Turnhout" en meteen van al de onderhorige dorpen, o.a. Weelde, Poppel en Ravels. De 29e oktober 1649 gaf Amalia van Solms de vrijheid Weelde gedeeltelijk aan Jan de Knuyt, samen met Ravels. Poppel bleef echter haar bezit. Nu is het duidelijk dat in deze omstandigheden Poppel hierin het doorslaande argument vond om een aparte schepenbank op te eisen. De ingezetenen van Poppel begonnen aan te dringen bij hun meesteres en brachten verscheidene argumenten naar voor. Het meest bezwarende argument betrof de nalatigheid van de secretaris. Immers, de voormalige sekretaris, Mr.Lemmens, had de gewoonte om de veertien dagen of elke week naar Poppel te komen, om daar alles in orde te brengen: rekeningen, akten, verkopen, enz... De opvolger echter kwam niet meer over, zodat de ingezetenen van Poppel voortdurend naar Weelde moesten gaan om alles te regelen. Daarbij, Poppel en Weelde droegen toch twee afzonderlijke namen, hadden hun respektieve parochiekerken en Heilige Geesttafels, hun schepenen (Weelde 4, Poppel 3), hun burgemeester en vorsters. Zij werden ook afzonderlijk belast. De gemene schepenbank kon gescheiden worden evenals het te Merksplas en Ravels gebeurd was. De ene dingbank kon moeilijk blijven voortbestaan voor twee dorpen, staande onder verschillende heren. De moeilijkheden van de "gemene aarden" en de gemene vrijheden was geen beletsel om de wettelijke macht te splitsen. Dit zijn de vele argumenten die de Poppelaars indienden. De prinses van Oranje willigde hun verzoek in en op 3 september 1652 werd de scheiding voltrokken. Doch, met de sekretaris aan het hoofd protesteerde Weelde en aanstonds stuurden de Burgemeester en "Eedslui" afgevaardigden naar de schepenen van Poppel om daar te protesteren. Nadat Poppel nogmaals bij de prinses was gaan aankloppen wendde Weelde zich tot Brussel, waar zij betoogden dat de prinses het recht niet had een bank te verdelen, vermits dit een daad van soevereiniteit was. Daarop werd de scheiding voorlopig opgeschorst. De prinses en de onwillige Poppelaars zouden gedaagd worden voor de "Cancellier en die Luyden" van de Raad van Brabant, indien ze onwillig bleven.
Op 15 januari 1653 heeft de prinses "aggreatie en separatie" van den Raad van Brabant gevraagd, "separatie bij haer gedaen, den 3 september 1652". Op advies van de souvereinen hove is die "aenvraeg gecommuniceerd op 1 Febr. 1653 aen die Regeerders en gemeyne ingesetenen van Weelde". Daartegen protesteerde Weelde echter opnieuw, tot de zaak voor het Leenhof verscheen. De prinses trachtte nog het proces te vermijden, maar gelukte er niet in. Zij meende dat de Raad van Brabant alleen het recht toekwam zich uit te spreken en stuurde een nota aan Weelde. Maar in Weelde antwoordde men weer met dezelfde argumenten. Poppel bezat geen "appaerte regeerders; appaerte taxen en appaerte vorster" was enkel "pro commiditate"; er is geen verschil tussen Poppel en de andere gehuchten van Weelde. Op die manier bleef men schrijven en procederen tot in 1655 de 18e februari het vonnis geveld werd. Poppel mocht de toegestane schepenbank behouden, want Weelde had niet bewezen dat het een blijvend recht bezat over Poppel, en noch koning, noch burgerij zouden door de scheiding gestoord worden, zo min als vroeger door de scheiding van Ravels.

E. Zware hagelslag te Weelde (1737).
De bevolking van Weelde was voor een groot deel bedrijvig in de landbouw. Daarom is het geen wonder dat men een ramp als de hagelslag van 5 juni 1737 speciaal optekende: "... eenen grooten hagelslagh ontrent den middagh beginnende in den gehuchte de hoenstraet ende neffens den gehuchte den winckel alsoo den gehuchte de heeghe ..." Deze hagelslag vernielde volgens de akte een oppervlakte van 16.425 roeden gewassen, wat voorwaar rampzalig moet geweest zijn voor de landbouwers van de Meir en de Hegge.

F. Lening van 200 gulden bij de kapelanie (1750).
In een akte van 22 januari 1750 wordt een lening vermeld van het gemeentebestuur bij de kapelanie. De lening werd afgesloten met E.H.Van Lummen, gewezen kapelaan van Weelde. Het moet zijn dat de kapelanie, er toen tamelijk goed voor zat. De Franse contributie woog zwaar op de gemeente. Daarom besloten de schout en schepenen van Weelde een lening van 200 gulden aan te gaan bij de kapelanie. Het kontrakt werd getekend tegen een intrest van 3%. De contributie moest dienen voor de grote magazijnen om te voorzien in de bevoorrading, die geschiedde door de leveringen van de koninklijke troepen en de geallieerden.