Placeholder Picture

Heem en Museum, Dorp 64, 2382 Poppel (gem. Ravels)

home
< Terug
Tekens en afkortingen
Placeholder Picture

Heemkunde- en Erfgoedvereniging
Nicolaus Poppelius vzw

Historisch Overzicht Weelde

De Sint-Janskapel te Weelde-Straat.
Het is niet mogelijk uit te maken wanneer de eerste kapel in Weelde Straat werd opgericht. Wij zijn geneigd aan te nemen dat dit op het einde van de 12e eeuw, ofwel bij het begin der 13e eeuw gebeurd is.
De geschiedenis van de kapel begint in de dokumenten met een akte van 1294. Daardoor schenkt Jacobus, deken van het Concilie van Hilvarenbeek aan de abt van Averbode, Jan van Rotselaar, het jus patronatus van de "capella de Weeldt" met de macht een "vicarius" voor deze capella aan te stellen. Deze kapelaan krijgt 1/3 der tienden en opbrengsten der kapel, de overige twee derden der tienden komen aan de abdij ten goede.
Deze "capella" zal zich ontwikkelen tot een zelfstandige kapellanie. In de 14e eeuw groeit de bevolking aan in het gehucht Weelde Straat. Het gevolg daarvan was, dat in 1347 op 25 maart Engelbertus, bisschop van Luik, de oprichtingsakte opstelt van de kapel van St.Jan te Weelde-Straat. Zoals blijkt uit deze akte lag er toen reeds een eigen kerkhof rond de bestaande kapel. Bij de vergrotingswerken der kapel in 1928 vond men op de kapelakker inderdaad resten van graven. Kinderen zonder doopsel (en foetus abortivi) werden er soms in 't geheim begraven. De gelovigen van de Straat woonden steeds de goddelijke diensten bij in de Sint-Michielskerk, wat in de winter soms niet gemakkelijk was, gezien de moerassige en overstroomde wegen. In een akte van 25 maart 1347 vonden wij dat, op verzoek van de gelovigen van Weelde-Straat, Engelbertus, bisschop van Luik, en van Geraard de Rivo (Van den Oever), deken van het Concilie van Hilvarenbeek, aan Jan van Leuven, abt van Averbode en aan Broeder Walter, rector van de Sint-Michielskerk, de toelating geven om in de Sint-Janskapel in de Straat de goddelijke diensten te laten celebreeren door een "presbyter", aangeduid door de rector van de Sint-Michielskerk. Maar aan deze "capella" zal geen "cura" (pastorij) verbonden zijn. Aan de priester bedienaar wordt verboden op het kerkhof van de Straat begrafenissen te doen of in de kapel de sakramenten toe te dienen zonder uitdrukkelijke toelating van de rector van de Sint-Michielskerk. Aldus werd in 1348 Joannes de Wikevorst, belast met de bediening van de kapel.
Hendrik van Gierle, "investitus" van Weelde, stemt volkomen in met het besluit van de bisschop en laat dit weten in een brief van 1 mei 1350. De pastoor duidt elk jaar een priester aan voor de diensten. Later, als het inkomen groter is, voor langere tijd. Uiteindelijk werd in 1928 de vergroting van de kapel beëindigd en kreeg zij een "kapelaan" met vaste woonst. Het werd nu een zelfstandige parochie, toegewijd aan Sint Jan Baptist, met als eerste herder, zeer Eerwaarde Heer Louis Tubbax, de vroegere onderpastoor van Sint-Michiel. Van dan af worden ook alle bedieningen parochieel vanuit de kapel gedaan voor de inwoners van Weelde-Straat en haar onderhorige gehuchten.

B.Beneficiën.
Terwijl de bevolking aangroeide en de kapel van Sint Jan meer en meer belang kreeg, ontstonden er geleidelijk stichtingen, waardoor op bepaalde dagen en aan bepaalde altaren missen werden opgedragen. Op 9 februari 1473 werd "in de capella van h.Joannes Bapt. tot Welde opgeregd een geestelijk-weirelijk Beneficie onder de voorspraecke van de glorieuse ende alderh. Maghet Maria" door de bisschop van Luik, Ludovicus de Bourbon. De inkomsten worden jaarlijks in "loopen rogge" opgenomen uit de goederen van een tiental stichters. Het patronaat van dit beneficie behoort aan de abt van Averbode met de last van een mis per week.
In 1572 verenigt bisschop Sonnius het beneficie van Sint Joris (Sint-Michielskerk) met dat van Sint Jan in de kapel en de beneficiën van de H.Geest, de H.Antonius, de H.Catharina en de H.Barbara (Sint-Michielskerk) met dat van O.L.Vrouw in de Sint-Janskapel.Aldus kunnen de beneficianten gemakkelijker aan hun verplichtingen voldoen. In 1573 werd het altaar van O.L.Vrouw in de kapel opgericht. Voor de kapelaan brengt die ontwikkeling voordelen mee, maar voortaan heeft hij de strenge plicht, als bezitter van het beneficie, in Weelde te resideren, zoniet wordt het hem ontnomen. Om de twee weken wanneer ze rechtszitting houden moeten de schepenen op straf van boete de H.Mis bijwonen.
Om de kapelaan nog beter te voorzien in zijn levensbestaan, verenigt Miraeus, bisschop van Antwerpen, op 3 april 1609, de altaren van de H.Antonius, de H.Barbara en de H.Gregorius in de Sint-Michielskerk met die van Sint Jan en onze Lieve Vrouw in de kapel. Daarvoor moest de kapelaan de vroegmissen lezen op zon- en feestdagen. Een beneficie, dat zeer veel bijval kende, was het zgn. "wit" Beneficie van Wouter van den Bergh. Hoewel het gesticht werd in de Sint-Michielskerk, toch kwam het ook de kapelaan ten goede. Uit een klein dokument behorende tot het kerkarchief van Weelde blijkt, dat indien de prelaat van Averbode een vereniging van de kapelanij met de pastorij zou willen verhinderen, de bisschop van Antwerpen "zwarte" mag aanstellen. Naar hun habijt werden de heren van Averbode "witten" genoemd en naar hun toga de seculiere priesters "zwarten". Zo gebeurt het dat bij gebrek aan "witheren" of door de onwil van de abt, de bisschop seculiere priesters benoemt om de beneficiën en zelfs de parochie te bedienen.
Wanneer nu Wouter Van den Bergh, oud burgemeester van Weelde op 12 november 1667 stichtingen van gelezen missen doet in de Sint-Michielskerk ter ere van O.L.Vrouw, en in de kapel ter ere van de H.Norbertus en de H.Brigitta, eist hij uitdrukkelijk als beneficiant een kloosterling van Averbode. Vandaar het "wit" beneficie. Hij voegt er aan toe dat deze fondatie niet met de pastorij noch met de kapelanie mag verenigd worden. Op 17 september 1668 schenkt Wouter Van den Bergh "...alios mille (1000) ad fundationem beneficie, quod vult esse regulare". Later verschijnen nog verschillende giften aan dit beneficie, alle vastgesteld bij testament. De clausule, vastgelegd door de stichter, zal echter niet steeds nagekomen worden, zoals blijkt uit de moeilijkheden opgerezen in de jaren 1785-86 tussen de gemeente, de pastoor en de twee "witte en zwarte" beneficanten. Zoals blijkt uit de menigvuldige rentboekjes, handboeken en emolumenten sproten de inkomsten van de kapelanij vooral voort uit:
- een huisje te Weelde
- een weideke dat verhuurd was
- "nog een weyken"
- renten in graan onder Weelde en Ravels.
Die inkomsten moeten nogal belangrijk geweest zijn, vermits de Sint-Michielskerk soms werd geholpen door de kapel "Ecclesia multum debet capelle" schrijft pastoor Annaerts in zijn "manuael" Als reden geeft hij aan dat de parochiekerk bij de kapel geld geleend had om in haar eigen onderhoud en onkosten te voorzien.

C.Diensten van de kapelaan in de kapel.
Volgens het "Manuale R.Domini Vicarii Praemonstratensis in Weelde" moesten de volgende diensten geschieden (tot 1928).
1. De drie gefondeerde missen van Wouter van den Bergh, met een collecte voor Jacobus Keteleers zielerust, die ook 200 florijnen tot dat inzicht schonk.
2. Elke dinsdag een gelezen mis ter ere van de H.Anna, tot inzicht van de pastoor voor zijn tafel/onderhoud.
3. Elke maand een mis voor de zielen van Florus en bloedverwanten.
Verder is er op de zondag na het feest van St.Jan de Doper hoogmis en lof, ter gelegenheid van de kermis. Op H.Drievuldigheidszondag een hoogmis (zonder lof). Deze laatste zou, volgens de overlevering, geschieden tot nagedachtenis aan het H.Bloeddoek van Boxtel, dat in de St.Janskapel een dag en een nacht zou bewaard zijn bij zijn overbrenging van 's Hertogenbosch naar de Sint-Michielsabdij te Antwerpen in 1648. Op witte Donderdag blijft de kapel open van 12 tot 5 uur.

D. De inkomsten van de kapelaan voor 1928.
Tijdens de Franse overheersing en in het begin der negentiende eeuw gingen vele renten verloren, zodat van dan af tot 1928 de twee beneficiën der Sint-Janskapel in één versmolten waren, de Kapelanie genaamd. Deze had dan de volgende inkomsten:
1. Het huis (met twee woningen) werd in 1896 verkocht voor 95 fr. Met dit geld kocht men de kapelanie-akker, die voor de duur van 9 jaar aan Fr.Haagen werd verhuurd voor 22 fr.
2. Een ander stuk land, het "boonland" genaamd, werd verhuurd aan een zekere Peeters voor 10 fr.
3. De kapel-akker, aan Rosalie Wouters verhuurd, bracht 7 fr. op.
4. Een som op het grootboek, die de opbrengsten uitmaakte van afgelegde renten, cijnsen, enz.
Tot 1928 moest de kapelaan, inwonend bij de pastoor op een half uur gaans van de kapel, aan de fundaties voldoen door de mis te lezen, in de kapel op alle maandagen, woensdagen en vrijdagen, uitgenomen op die dagen die onmiddellijk een heiligedag voorafgingen, ofwel indien hij door slecht weder "moraliter" belet was zover te gaan. Voor deze diensten kende de gemeente hem een som toe van 100 fr., die ze op haar rekening inschreef.

E. De kapel.
De oudste kapel was waarschijnlijk opgetrokken uit hout en leem. Voor 1928 stond er evenwel een kapelletje in baksteen. Dit dagtekende wellicht uit de 15e of 16e eeuw. Het was 19,50 m. lang en 6 m. breed. In de enige beuk stond een altaar, toegewijd aan Sint Jan Baptist. In 1729 plaatste men er een schilderij boven, dat te Brussel werd geschilderd door L.Grangé en aangekocht voor 50 gulden. Het stelde het doopsel van Jezus voor. In 1763 beval Hendrik Gabriel, bisschop van Antwerpen, de vensters van de kapel te vergroten omdat het er te duister was. Tevens werden dan de lindenbomen, die rond de kapel stonden, omgehakt en verkocht.
Boven de ingang van de kapel werd in 1831 het venster toegemetseld. In een torentje, boven het hoogzaal prijkte een klokje en een uurwerk. Deze bevinden zich er thans ook. In 1928 werden de twee zijbeuken aangebouwd. Hierbij spaarde met het oudste deel van de kapel, dat nu het koor vormt.